HOME

  INFORMATIE

 GLASWERKEN

RAMEN

VERANDA

 ZONWERING

  ROLLUIKEN

 DECORATIE

 SOMFY-AUT.

E-MAIL

CONTACT

PROJECTEN

PROMOTIES

 

 

 

 

 

 

 

Houten buitenschrijnwerkerij

 

ALGEMEEN:

 

De ramen en deuren zijn gefabriceerd volgens de gevraagde maten.

 

HOUTSOORTEN: Vochtigheidsgehalte: max. Ongeveer 16 %

 

  • Meranti(niet veel meer gebruikt)

  • Sipo - Mahonie(veel gebruikt ook voor lakwerk)

  • Merbau (minder gebruikt)

  • Movingui (veel gebruikt)

  • Afromosia (veel gebruikt)-KLASSE 1

  • Afzelia (minder in gebruik word vervangen door Movingui KLASSE 1)

 

 

 

.

 

 

LINEA RETRO:

S 58 SIPO RECHT GELAKT: ramen RAL 9001-deuren RAL 7044

 

 

 

 

 

MERANTI

 

Benamingen: Dark Red Meranti, Nemesu (Malakka), Madjau, Melebekan (Indonesië), Red Luan (Filippijnen), Dark Red Seraya (Noord-Borneo)

 

Botanische naam: Shorea sp. Div.

 

Familie: Dipterocarpaceae

 

Groeigebied  : Maleisië, Indonesië, Filippijnen. De aanvoer in Europa geschiedt hoofdzakelijk vanuit Maleisië

 

Volumegewicht: gemiddeld 0,64 (0,50 – 0,80)

 

Houtmonstercollectie: HVI N° 109

 

Algemene kenmerken:

 

Donkerrode meranti is afkomstig van bomen met lange gladde goed cylindrische stammen, die een hoogte bereiken van circa 50 m (gemiddeld 30-40 mm) met een diameter tot 120 cm (gemiddeld 60 cm).

 

Bij zeer zware stammen bestaat vaak de kans op de aanwezigheid van een sponsig hart.

De kleur van het kernhout is donkerrood tot violetachtig.

Aangezien diverse boomsoorten van het geslacht Shorea donkerrode meranti leveren, zijn kleine kleurnuances in een partij altijd aanwezig.

Het spint is grijsachtig getint en duidelijk van het kernhout te onderscheiden.

De nerf van het hout is in het algemeen matig grof, de draad meestal recht, hoewel ook lichte kruisdraad voorkomt waardoor kwartiersgezaagd hout een brede streeptekening kan vertonen.

 

Op het dosse houtoppervlak zijn soms witachtige lijntjes zichtbaar als gevolg van tangentiaal gerangschikte harskanaaltjes die een witte inhoud kunnen hebben.
Voor blank lakwerk zijn deze lijntjes geen bezwaar, omdat ze de lak absorberen en vrijwel onzichtbaar worden.

Het hout heeft geen harsachtig karakter als bijvoorbeeld Yang en Keroewing.

 

Donkerrode meranti is duurzaam, zeer kleine wormgaatjes veroorzaakt door nathoutboorders (zgn. pinholeborers) kunnen voorkomen.

In gezaagd en gedroogd hout bestaat echter geen gevaar voor verdergaande aantasting.

Aangezien de gaatjes in beperkte mate voorkomen, is dus alleen van een “schoonheidsfoutje” sprake.

 

Het vrij vaste, sterk hout kan zowel aan de lucht als kunstmatig zonder veel moeilijkheden gedroogd worden, waarbij weinig neiging tot vervorming optreedt.

Eenmaal droog is meranti stabiel.

Zowel met de hand als machinaal is het hout goed te bewerken.

 

Bij het schaven van kruisdradig hout moet de snijhoek 20° bedragen om opstaande vezels te voorkomen.

Spijkers en schroeven kunnen goed worden aangebracht en houten goed.

Ook het maken van lijmverbindingen alsmede het verven, vernissen of beitsen stuit niet op bezwaren.

 

Toepassingen:

 

Binnen- en buitentimmerwerk, kozijnen, ramen, betimmeringen, plinten, traphuizen, traptreden, spanten en huiden voor jachtbouw, carrosseriebouw enz.

 

Duurzaamheid:

 

Klasse II

 

MERBAU

 

Benamingen: Ipil, Ipi, Kajoe besi, Melila, Mer, Sekka, Mirabow, Kwila

 

Botanische naam: Intsia bijuga (Intsia amboinensis) - Intsia palembanica (Intsia bakeri)

 

Familie: Leguminosae

 

Groeigebied : Indonesië, Nieuw-Guinea en overig Zuidoost-Azië

 

Volumegewicht: 0,81 (0,72 – 1,05); verse stamstukken zinken in water

 

Houtmonstercollectie: HVI N° 111

 

Algemene kenmerken:

 

Merbau is een harde, zware, zeer sterke houtsoort waarvan de kleur varieert van geelbruin tot oranjeachtig bruin of donker roodbruin.

Het spinthout dat gewoonlijk 4 à 5 cm breed is, tekent zich duidelijk af tegen het kernhout en is lichtroze van tint.

Aan het licht blootgesteld, donkert het kernhout na.

Merbau is gelijkmatig van structuur en bezit geen uitgesproken tekening.

Op het oppervlak kunnen fijne zwavelgele streepjes zichtbaar zijn, veroorzaakt door de vulstof van de vaten.

 

Nerf: vrij grof, doch gelijkmatig.

Draad: recht, min of meer kruisdradig, soms onregelmatig.

 

Het hout bezit vaak een fraaie glans.

Soms voelt het oppervlak wat vettig aan.

Tijdens het drogen krimpt merbau weinig; als het hout goed droog is, blijft het zeer stabiel. Afhankelijk van het volumegewicht, de draad en de inhoudstoffen is merbau zowel met de hand als machinaal goed tot min of meer moeilijk bewerkbaar.
Het is raadzaam het hout voor te boren als schroeven of spijkers dienen aangebracht te worden.

Bij het zagen zijn grote tandholten met vrij grove zetting wenselijk; bij het schaven kunnen de vezels op het radiale vlak wat op gaan staan.

 

Lijmverbindingen zijn (op droog hout) goed tot stand te brengen.

In de vaten van merbau komt een bruine gomachtige stof voor, op het langsvlak is dit te zien als kleine donkerbruine stipjes of streepjes.

Deze stof lost zich gemakkelijk op in water, daarom is het van belang dat van merbau vervaardigde producten (bv buitenkozijnen, ramen en deuren) niet onbeschermd aan weer en wind worden blootgesteld, doch rondom worden voorzien van een behoorlijk afsluitende laag vernis, verf of daarvoor in aanmerking komende producten.

 

Merbau is nauw verwant aan het bekend Afrikaans afzeliahout.

 

Toepassingen:

 

Constructiehout voor zowel binnen- als buitenwerk.

Voorts voor kozijnen, ramen, deuren, binnen- en buitenbetimmering, traptreden en parket. Ook geschikt voor bepaalde waterbouwkundige toepassingen als onderdelen van sluisdeuren, brug- en steigerdekken.

In de gebieden van herkomst gebruikt men merbau ook voor meubelen.

 

Duurzaamheid:

 

Klasse I.

 

Zeer duurzaam ten opzichte van schimmel- en insectenaantasting.

 Het heet ook bestand te zijn tegen aantasting door termieten.

Niet paalwormbestendig.


MOVINGUI

 

Benamingen: Oguémenia (Gaboen), Bonsamdua (Ghana), Barré (Ivoorkust), Eyen (Kameroen), Anyan (Nigeria), Afrikanisches, Zitronenholz (verwerpelijke naam), Nigerian Satinwood (verwerpelijke naam)

 

Botanische naam: Distemonanthus Benthamianus

 

Familie: Leguminosae

 

Groeigebied : Tropisch West-Afrika

 

Volumegewicht: 0,67; vers weegt 1 m3 tussen 800 – 1000 kg

 

Houtmonstercollectie: HVI N° 116

 

Algemene kenmerken:

 

Het lichtgele tot bruingele kernhout is niet duidelijk te onderscheiden van het smalle bleekgele, soms grijsgele spinthout.

Movingui is matig, hard, sterk en goed buigbaar.

De nerf van het hout is vrij grof, het hout is dikwijls kruisdradig, soms is de draad golvend of variërend van richting. Sommige stammen bezitten een mooie tekening.

In de houtvaten bevindt zich dikwijls een geelachtige inhoudstof die onder vochtige omstandigheden kan afgeven.

Movingui is in het algemeen goed te bewerken en af te werken, doch bij het zagen ondervindt men dikwijls last van de afstompende werking van de inhoudstoffen.

Bij het schaven kunnen op het radiale vlak de vezels op gaan staan, zodat het de aanbeveling verdient de snijhoek op 20° in te stellen.

Bij het spijkeren is er enige neiging tot splijten aanwezig.

Het hout kan zonder veel moeilijkheden worden gedroogd; eenmaal droog werkt het weinig.

 

Toepassing:

 

Meubelen, fineern draaiwerk, vloeren, parket, wagon- en carrosseriebouw, kuipjes voor chemische industrie, tevens door zijn gladheid geschikt voor ski’s, constructiebouw, balken, kozijnen, ramen, snij- en beeldhouwwerk.

 

Duurzaamheid:

 

Klasse II.

 

Staat bekend als bestand tegen aantasting door witte mieren.


AFRORMOSIA

 

Benamingen: Mohole, Kokrodua (Ghana), Asamela (Ivoorkust), Wahala

 

Botanische naam: Afrormosia Elata

 

Familie: Leguminosae

 

Groeigebied: Ghana, Ivoorkust, Zaïre

 

Volumegewicht: 0,70; vers weegt 1m³ tussen 1000-1090 Kg

 

Houtmonstercollectie: HVI N° 114

 

Algemene Kenmerken:

 

Het kernhout is geelachtig bruin, een kleur die aan het licht blootgesteld wat donkerder wordt, waardoor deze houtsoort in uiterlijk dikwijls aan teak doet denken.

Het mist echter het "vettige" aanvoelen van teak en de typische geur van versgezaagd teakhout.

Het is ook gelijkmatiger van structuur en het bezit een fijnere nerf.

Het spint, zelden meer dan 3 cm, is geelwit.

 

Nerf       : matig fijn tot fijn

Draad    : doorgaans recht tot zwak kruisdradig en soms golvend.

 

Afrormosia is zeer sterk, vrij hard en taai.

Bij deskundig drogen, dat -zij het langzaam- zonder veel moeite kan geschieden, is de kans op scheuren en vormverandering gering.

Afrormosia krimp tijdens het droogproces eerder weinig; als het hout eenmaal goed gedroogd is, blijft het zeer stabiel.

Zowel met de hand als machinaal kan het hout goed bewerkt en mooi gedraaid worden.

Het spijkeren van dun hout moet, gezien de kans op het scheuren voorzichtig geschieden.

Afrormosia kan goed gelijmd, gebeitst en met weinig vulstof gepolijst en fraai afgewerkt worden.

Het hout bevat looistoffen die corrosie kunnen veroorzaken bij metalen die met het natte hout in aanraking komen.

 

Toepassingen:

 

Constructiehout voor zowel binnen- als buitenwerk, waterbouwkundige werken, scheepsbouw (dekken, kielen, huiden, betimmeringen).

Voorts voor kozijnen, ramen, deuren, traptreden, puibetimmering, parket- en strokenvloeren, broeikassen en - ramen, waterdorpels, laboratoriumtafels, meubelen, fineer, interieur-betimmeringen, carrosserie- en wagenbouw, draaiwerk.

 

Duurzaamheid:

 

Klasse I.

 

Afrormosia heet bestand te zijn tegen aantasting door termieten.


AFWERKING HOUTEN RAMEN EN DEUREN LAKWERK

 

Als U geen zin hebt om Uw ramen en deuren te verven, dan hebben wij voor U dé ideale oplossing: spuiten van de buitenschrijnwerkerij in twee lagen volgens RAL, wat overeenstemt met 6 borstellagen en U een garantie geeft van ongeveer 10 jaar.